De wedstrijd zit erop, je loopt de kleedkamer in en klapt je tas open. Water, deodorant, schone sokken, telefoon. En dan die ene handdoek die je al drie seizoenen meesleept: dun, een beetje stijf van het wassen op 40 graden, en eigenlijk te klein om je rug mee droog te krijgen. Je went eraan, tot je een keer bij iemand anders op de bank een dikke, zachte handdoek ziet liggen en je je afvraagt waarom je zelf nog met dat lapje doekt.
Padel is een zweetsport. Korte, explosieve punten, weinig rust tussen de rally's, en bij de meeste banen geen airco die het verschil maakt. Na een uurtje dubbel ben je drijfnat, en het eerste wat je wil is droog en schoon de kleedkamer uit. Dat moment, douchen, afdrogen, omkleden, is het stille slotstuk van elke wedstrijd. Niemand praat erover, maar iedereen heeft er een mening over zodra de handdoek niet goed genoeg is.
Wat blijft liggen, wat ga je missen
Vraag tien padelspelers wat ze vergeten in hun tas en je krijgt tien keer hetzelfde lijstje: een extra shirt, muntjes voor de automaat, en de handdoek. Niet omdat ze hem niet nodig hebben, maar omdat de handdoek die ze wel meenemen zo onopvallend klein en dun is dat hij nauwelijks meetelt als uitrusting. Terwijl het net zo'n functioneel onderdeel van je tas is als je racket of je grip. Een handdoek die niet goed absorbeert, laat je juist langer bezig: opnieuw droogwrijven, opnieuw wachten tot je kleren eroverheen kunnen.
Handdoek padel: waarom gewicht en stof ertoe doen
Het verschil tussen een handdoek die voelt als een hotelkamer en een handdoek die voelt als een vaatdoek, zit in simpele dingen: hoeveel stof er is verwerkt en hoe die stof de was doorkomt. Een dikkere, zwaardere handdoek voelt zachter aan en neemt meer vocht op, maar droogt ook trager aan de douchestang in de kleedkamer of op het droogrek thuis. Een dunnere, sneldrogende handdoek is lichter in de tas en de volgende dag alweer bruikbaar, maar voelt eerder schraal aan dan zacht. Welke kant je op valt, hangt vooral af van hoe vaak je speelt: wie twee of drie keer per week een partij padel speelt, heeft iets anders nodig dan wie één keer in de maand meedoet.
Ook de was zelf speelt mee. Een handdoek die na een paar maanden wekelijks wassen plat en dun aanvoelt, vervang je sneller dan een exemplaar dat zijn volume langer vasthoudt. Dat verschil merk je pas na een tijdje, niet in de winkel.
Het ritueel na de wedstrijd
De kleedkamer is het enige moment in een padelavond zonder scorebord. Je bespreekt de laatste bal nog een keer, iemand zoekt zijn autosleutels, en ondertussen hangt de natte handdoek over de douchewand te drogen voor de volgende training. Het is een klein, terugkerend ritueel, en net als met je racket of je schoenen merk je pas hoe belangrijk de basis is als hij ontbreekt. Een handdoek in een opvallende kleur helpt trouwens ook praktisch: op een drukke clubavond, met tassen op dezelfde bank, is een felle kleur sneller terug te vinden dan eentje die op elke andere lijkt.
Een handdoek wint nooit een wedstrijd, maar een slechte zorgt wel voor het enige echt irritante moment van de avond: nat, koud en gehaast de kleedkamer uit.
Meer over de spullen en gewoontes rond de baan, van rackets tot kleding, staat in de serie mode & gear.
Padel Pals is gratis dankzij adverteerders.

